Spijbelen 6 mei 2017

Aantal spijbelaars daalt bij meest kwetsbare groepen

Uit de Antwerpse onderwijsmonitor blijkt dat het spijbelgedrag van vooral kwetsbare groepen zoals meerderjarige OKAN-leerlingen (van 44% naar 23%) en leerplichtige leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs (29% naar 25%), gedaald is tegenover schooljaar 2014-2015 . Ook de dalende trend bij BSO-leerlingen zet zich voort (31% naar 29,7%). Het meest verontrustende cijfer is echter de grote toename van het aantal spijbelaars in het DBSO (67% naar 78%). Schepen Marinower: “Dit is een trend die we spijtig genoeg in heel Vlaanderen zien. Wat aantoont dat een grondige hervorming van het stelsel ‘leren en werken’ zich opdringt.”. Ook de dalende trend op het vlak van zittenblijven, de grote voorspeller van vroegtijdig schoolverlaten, zet zich verder (van 8,1% naar 7,5%).

Traditiegewijs wordt in het voorjaar het nieuwe spijbelrapport gepresenteerd in de raadscommissie Onderwijs. Dit jaar kreeg dit rapport een lichte make-over, wat zich ook vertaalde in een nieuwe naam: Antwerpse onderwijsmonitor 2015-2016. De reden hiervoor is dat spijbelen – naast zittenblijven, schoolse vertraging en andere factoren – slechts één van de factoren is die bepalend is voor een schoolloopbaan. Kortom: de naam spijbelrapport dekte niet meer volledig de lading, waardoor een naamsverandering zich opdrong.

Daling aantal spijbelaars zet zich door
Vooreerst is het belangrijk te duiden vanaf wanneer men spreekt over spijbelen. En dat Antwerpen op vlak van spijbelen al jaren strenger registreert dan Vlaanderen. In Antwerpen zet men vanaf 10 halve dagen al een streepje achter een naam. In Vlaanderen is dit, pas vanaf dit schooljaar (2016-2017), vanaf 15 halve dagen.

In het basisonderwijs is er een lichte daling van het aantal spijbelaars: van 4,6% in schooljaar 2014-2015 naar 4,3% schooljaar 2015-2016. In het secundair onderwijs is er een stabilisering. Daar zien we voor dezelfde periode een lichte daling van 16,8% naar 16,7%. Daarnaast zien we een zeer lichte stijging in het ASO en het TSO

Het aantal zittenblijvers en leerlingen met schoolse vertraging blijft dalen
Talrijke wetenschappelijke studies tonen aan dat zittenblijven nefast is voor de verdere schoolloopbaan van een kind. Een schooljaar “overdoen” biedt niet echt een pedagogische meerwaarde, bovendien is het nefast voor het zelfbeeld van de leerling en de verdere leerloopbaan.
Daarom is de verdere daling van het aantal zittenblijvers, in zowel het basisonderwijs als het secundair onderwijs, belangrijk. In het basisonderwijs zien we een daling van 4,1 % in schooljaar 2014-2015 naar 3,6% in schooljaar 2015-2016. Ook het aantal leerlingen met schoolse vertraging daalt in die periode verder van 22,3% naar 20,8%. In het secundair onderwijs daalt het aantal zittenblijvers van 8,1% naar 7,5%, en het percentage leerlingen met schoolse vertraging van 46% naar 45,1%.

Spijbelgedrag is wijkgebonden
Opmerkelijk conclusie van de onderwijsmonitor is dat spijbelen vaak wijkgebonden is. In wijken zoals oud-Borgerhout, Deurne-noord, Hoboken en het Kiel liggen de cijfers opmerkelijk hoger dan gemiddeld.

Schepen Marinower: “Dit gegeven sterkt ons nog verder in onze overtuiging dat een wijkgerichte en multidisciplinaire aanpak, zoals de Antwerp Children’s Zone in de wijk Kiel, de enige juiste aanpak is om spijbelen aan te pakken. Want spijbelen is vaak slechts een symptoom waar vaak een zeer complexe situatie achter verborgen zit.”

Vlaamse spijbelcijfers
Onlangs publiceerde Vlaanderen ook spijbelcijfers, zowel op Vlaams niveau als op lokaal niveau. De cijfers die betrekking hebben op Antwerpen wijken soms af van bevindingen uit de onderwijsmonitor. Dit komt omdat de cijfers afkomstig zijn van verschillende bronnen. De cijfers waar Vlaanderen zich op baseert zijn afkomstig uit het online registratiesysteem Discimus. De Antwerpse cijfers zijn afkomstig uit de informatie die rechtstreeks van de Antwerpse CLB’s komt, wat meer accurate cijfers geeft. De hoge kwaliteit blijkt bijvoorbeeld ook uit het feit er sinds twee schooljaren gewerkt wordt met een uniforme registratie van spijbelgedrag. Dit kwam er nadat CLB’s aangaven dat Antwerpse scholen spijbelen verschillend interpreteerden.