Claude Marinower 30 mei 2020

Geen vooruitgang zonder verbeelding

Nu de discussies gevoerd worden over de relance van onze economie, is het belangrijk om de nodige durf aan de dag brengen. Alleen door innovatie en vernieuwing op alle fronten, komen we beter uit deze crisis. 

Wie net als ik eind jaren ’70, begin jaren ’80 afstudeerde, wierp zich van een vrijwel zorgeloos bestaan in een wereld die kampte met economische problemen, hoge werkloosheidscijfers en de onmogelijkheid om een duurzame Belgische regering te vormen. De jongerenwerkloosheid was zo groot en voor sommigen dermate uitzichtloos dat in 1982 kortstondig een Antwerpse tram werd ‘gekaapt’. Een protestactie van enkele twintigers die vanaf de halte in de Carnotstraat geen enkele passagier meer op- of af lieten stappen. 

Bijna veertig jaar later staat de Antwerpse werkloosheid op het laagste punt sinds tien jaar en is het nagenoeg hersteld van de gevolgen van de bankencrisis uit 2008. En toch staan we op dit moment aan de vooravond van wat misschien wel de grootste crisis van de afgelopen vier decennia wordt. Niet alleen door het eventuele bankroet van ondernemingen, maar ook omdat er weleens een economische transitie zou kunnen doorbreken.

De Washington Post (8 mei 2020) meldt dat bedrijven naarstig op zoek zijn naar manieren om te werken met minder mensen en meer machines. Wat als de digitalisering en automatisering van onze samenleving door deze crisis in een stroomversnelling geraakt?

‘Het is een wijdverspreid misverstand dat automatisatie de jobs van de opgeleiden raakt’, aldus Carl Benedikt Frey in The Technology Trap. Het drama van elke economische crisis is dat het de bestaande ongelijkheid opnieuw verscherpt. Op dit moment telt Antwerpen procentueel een dubbel aantal werkzoekenden dan het Vlaams gemiddelde. Eén op de vijf jongeren is er werkloos, ook een tweevoud tegenover Vlaanderen. Het zijn de grote problemen waarmee een grootstad te maken heeft. Kwetsbare groepen zoals kortopgeleiden en anderstaligen zijn oververtegenwoordigd in deze statistieken. Net de jobs voor deze mensen hebben het grootste risico om geautomatiseerd te worden. Wanneer de werkloosheid stijgt, zou het voor ons als overheid dus nog moeilijker worden om bepaalde profielen te begeleiden naar werk.

Digitalisering en innovatie tegenhouden is geen goed idee. Integendeel. Wie technologie omarmt gaat vooruit. Erik Buyst, samen met Kristof Smeyers auteur van Het gestolde land. Een economische geschiedenis van België, wijst erop dat de provincies Oost- en West-Vlaanderen in de 19e eeuw een serieuze economische achterstand opliepen omdat men de linnennijverheid weigerde te mechaniseren. Groot-Brittannië deed het wel en daar bloeide de sector. Voor deze Leuvense hoogleraar was de aankondiging van Flanders Technology begin jaren 1980 dan weer een moment van hoop en verbeelding. Deze technologiebeurs moest Vlaanderen een boost geven na de overheidsbesparingen omdat het decennium voordien verlieslatende ondernemingen werden gesubsidieerd met een explosie aan overheidsuitgaven tot gevolg. Laten we die fout niet opnieuw maken en vandaag alleen investeren in de industrieën met een toekomst. En ja, dat betekent verder investeren in innovatie en technologie. Maar het is ook: nieuwe arbeidsmodellen uitproberen.

 

De flexibiliteit en creativiteit die ondernemers hebben getoond de afgelopen weken zoals de omslag naar thuiswerk, moeten we vastgrijpen en doortrekken in de relance. Deze situatie is zodanig dramatisch dat we de oude stellingen dienen te verlaten. Er bestaan al mooie concepten in het buitenland die hun nut bewezen hebben, zoals jobcarving. Door neventaken van bepaalde werknemers af te splitsen geeft men zuurstof aan de werknemer en kan men een nieuwe functie creëren voor mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Doe aan skill-pooling: een formule waarbij meerdere bedrijven oudere werknemers en hun vaardigheden delen, waardoor jongere werknemers meer instroom- en doorgroeikansen krijgen. Of waarom geen ‘open hiring’ voor bepaalde jobs? Wie wil werken, gaat gewoon aan de slag zonder sollicitatiegesprek of cv. Een goede techniek om discriminatie te vermijden, overigens iets wat helaas nog te veel werkzoekenden uit kwetsbare groepen ervaren.  

De heropleiding van werknemers en werkzoekenden zal ook belangrijk zijn. Stijn Baert, arbeidseconoom die de Vlaamse regering mee adviseert over de relancestrategie sprak al over ‘heropleiden, heropleiden, heropleiden’ (Het Laatste Nieuws, 12 mei 2020). Dit moet werkzoekenden de competenties geven om een job te vinden in sectoren die hun vacatures niet ingevuld krijgen. In Zweden en Finland bestaan transitiefondsen die de scholing van werknemers binnen de eigen sector en tussen andere sectoren financieren. Dat hoeven geen universitaire studies te zijn, zelfs korte leertrajecten blijken heel succesvol. Ik geef hier graag als voorbeeld het project BeCode van Karen Boers dat jongeren en langdurig werklozen in enkele maanden omschoolt tot computerprogrammeurs, een gegeerd beroep. Heropleiding gebeurt het best met vaardigheden die toekomstbestendig zijn en niet het risico op automatisatie lopen. 

De politiek moet blijven investeren in innovatie en voor bedrijven is het moment aangebroken om nieuwe arbeidsmodellen uit te proberen. Geen vooruitgang zonder verbeelding. Werkgevers verwijten sociale partners vaak het gebrek aan hervormingszin. Bewijs dat ondernemers wel durven experimenteren. Het telewerk van de afgelopen maanden liet zien dat er ruimte en bereidheid is om het werk anders in te delen. Stop dit vooral niet en laten we nog een eindje verdergaan. Alleen door vernieuwing vermijden we economische achterstand, werkloosheid en uitsluiting.  En dan hoeven jongeren nooit meer een tram te kapen.