Opinie 28 september 2018

Maatschappelijke afgrond of democratiseringsgolf? Geen keuze voor Antwerpen

Rector Herman van Goethem en Pascale De Groote openden donderdag het academiejaar in Antwerpen, in hun kenmerkende boude en wetenschappelijke stijl, met een blik op 2040. De rector verkende de horizon en benoemde uitdagingen. Eén daarvan is de verkleuring van ons onderwijs. In 2018 is 74,1% van de jongeren tussen 0-9 jaar van allochtone afkomst. In onze basisscholen spreekt  45,5% van de kinderen thuis geen Nederlands. Deze jongeren zijn onze studenten van 2040. Zoals gewoonlijk staan we in Antwerpen als eerste en ook voor de grootste uitdaging van een verkleurend Vlaanderen. What’s new.

Vandaag slagen we er absoluut niet in om deze groepen voldoende te begeleiden naar een hoger onderwijsdiploma. In hun eerste jaar hoger onderwijs falen twee tot drie keer meer studenten van allochtone origine dan andere. Vertel ons niet dat al deze jongeren intellectueel tekort komen. Maatschappelijk doodzonde van al dat weggesmeten talent. Het is hier dat beleidsmakers hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Want op het moment dat onze moderne economie smeekt om méér en hoger opgeleiden, dreigen wij precies de andere richting op te gaan. We lopen gevaar op een vicieuze cirkel van minder uitstroom bij het hoger onderwijs, economische verzwakking en een dalende welvaart.  De maatschappelijke afgrond doemt op, nog afgezien van de groeiende frustratie van al dat onbenut talent. Precies daarom hebben we in juli van dit jaar voor het eerst een structurele samenwerking afgesloten tussen AUHA (Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen) en Stad Antwerpen. Onze gezamenlijke ambitieverklaring pakt in essentie vooral de doorstroom aan van talent van secundair naar hoger onderwijs en de begeleiding binnen dat hoger onderwijs.

We gaan het Tutoraatproject in ons basisonderwijs en secundair onderwijs grootschalig uitrollen om leerachterstand te voorkomen en zo nodig bij te spijkeren. Daarbij maken we zowel gebruik van de duizenden vrijwilligers die zich vandaag al inzetten als van onze studenten zelf. Jongeren helpen jongeren. Ten tweede gaan we de studiekeuze van jongeren in secundaire scholen sterker begeleiden om talent te detecteren en te oriënteren naar het juiste niveau. Om te beginnen attenderen we hen op het brede scala van mogelijkheden. Te vaak blijven jongeren, zeker uit allochtone middens, hangen in verouderde clichés over toekomstgerichte beroepen. We hebben IT’ers, technici in de bouw en industrie, maar ook verpleegsters en data-analisten nodig. Ten derde gaan we binnen het hoger onderwijs het taalniveau sterker ondersteunen. We willen voorkomen dat je het academisch niveau niet haalt louter en alleen omdat je de taal niet voldoende beheerst. Taalonderricht moet ook in het hoger onderwijs weer veel meer op de voorgrond treden.

Zal dat voldoende zijn? Zeer zeker niet. Maar het is alvast een eerste bouwsteen.

Net zoals in de jaren zestig ons hoger onderwijs en onze instituties verbijsterd waren door een golf van spontane participatie (en daar houterig op reageerden), zijn sommigen vandaag verkrampt uit angst voor de verkleuring die voor de deur staat. Ja, verwelkom debatten over halal en veganistisch eten op onze campussen. Omarm de mondige student die af wil van de ondertussen klassieke studentenparticipatie en -vertegenwoordiging. Ga in debat met  studenten die geen eurocentrisch wereldbeeld hebben of de Verlichting nog niet doorgronden. De omgeving verandert bijzonder snel, merkt het bedrijfsleven. Ook het hoger onderwijs is niet immuun. En dus zal ook het hoger onderwijs veranderen om de nieuwe generaties jongeren wel naar een hoger onderwijsdiploma te begeleiden. Wij gaan voor excellentie en vertrouwen op de ontplooiing van onze jongeren, zoals we dat ook deden in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Ons onderwijs staat vandaag voor een nieuwe democratiseringsgolf. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw slaagden we erin om de arbeidersklasse te emanciperen naar hoger onderwijs. Nu moeten we onze nieuwkomers emanciperen. We slaagden wonderwel in de eerste opdracht, waarom niet in deze? Aan ambitie zal het in Antwerpen alvast niet ontbreken. Laten we afspreken dat we ons op de weg daar naartoe alvast niet gaan laten afleiden. Je ziet de criticasters al van verre marcheren met doembeelden over zakkend academisch niveau en ‘soumission’. Bedenk wie aan de conservatieve kant stond toen de vorige democratiseringsgolf zich aandiende. Wij geloven in emancipatie, excellentie en een nieuwe democratiseringsgolf. Wij willen slagen. Er is geen andere weg.

Claude Marinower
Robert Voorhamme