Scholenbouw 6 maart 2017

Marinower (Open Vld) pleit voor meer betrokkenheid lokale besturen bij inzetten scholenbouw Crevits

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits lanceerde gisteren een oproep voor de bouw van nieuwe scholen in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Inrichtende machten en schoolbesturen krijgen tot eind mei 2017 de tijd om nieuwe clusters van schoolbouwprojecten in te dienen. De scholen zullen via alternatieve financiering worden gerealiseerd, de zogenaamde ‘DBFM Light”. Antwerps schepen van Onderwijs Claude Marinower (Open Vld) juicht dit initiatief toe, maar betreurt het dat lokale besturen hier geen rol in toebedeeld krijgen.

Geen enkele regierol voor lokale besturen
Dat minister Crevits de beloofde extra middelen vrijmaakt voor scholenbouw klinkt als muziek in de oren van schepen Marinower, maar dat de lokale besturen daarin geen rol krijgen is volgens hem een gemiste kans. Hoewel lokale besturen met een taskforce, zoals Antwerpen (de eerste), een opdracht krijgen van de minister in het managen en monitoren van de capaciteitsproblematiek, wordt hier geen enkele regierol voor de lokale besturen weggelegd. “En dit betreuren we ten zeerste”, aldus Marinower. “Nochtans wordt dit in Antwerpen nauw opgevolgd. Zo organiseerden we in januari reeds een eerste infosessie over de nieuwe oproep “project-specifieke DBFM” voor schoolbesturen en inrichtende machten. Gezien de precaire situatie in Antwerpen is het belangrijk dat nieuwe initiatieven worden afgetoetst aan de reële noden vandaag en over 5 jaar. De spreiding van nieuwe scholen is een cruciaal element hierin. De nieuwe middelen mogen deze keer ook ingezet worden voor capaciteitsdossiers. Daarom is het spijtig dat de gegevens van de Vlaamse capaciteitsdossiers niet worden meegenomen. Daaruit blijkt dat 50% van de Vlaams capaciteitsnood zich in Antwerpen bevindt. Maar via dit systeem zou het zomaar kunnen dat Antwerpen weinig tot geen extra projecten realiseert.”

Kleine schoolbesturen mogen niet uit de boot vallen
Tijdens het overlegmoment van januari heeft de stad aan de verschillende schoolbesturen het aanbod gedaan om een coördinerende rol op te nemen. Dit om te voorkomen dat kleine schoolbesturen uit de boot zouden vallen omdat ze bijvoorbeeld niet de kennis hebben om een DBFM-dossier samen te stellen.

Schepen Marinower: “Om een DBFM-project rendabel te maken (schaalvoordeel is één van de troeven) is het opportuun om lokaal te clusteren. Ook om te voldoen aan de capaciteitsnoden is dit een belangrijk gegeven. Zo kunnen we als lokaal bestuur voorkomen dat projecten gerealiseerd worden in gebieden waar geen capaciteitsnood is. Via de lokale taskforce kan de stad nog één en ander mee sturen, maar ook daar blijft het belangrijk dat elke schoolbestuur meegenomen wordt.”