Economie 2 september 2021

“Nieuw beleidsplan moet Antwerpen als modestad opnieuw op de kaart zetten”

© Gazet van Antwerpen

Het Antwerpse stadsbestuur wil Antwerpen als modestad opnieuw op de kaart zetten. In samenspraak met de sector is daarvoor een nieuwe modeplan uitgewerkt dat nieuw talent kansen moet geven en de uitstraling van gevestigde waarden meer in de schijnwerpers moet plaatsen. Zo komt er meer ondersteuning, een modekalender en een rechtstreeks aanspreekpunt voor de sector.”

Een week voor de heropening van het Modemuseum treedt de stad Antwerpen naar buiten met een uitgebreid beleidsplan dat Antwerpen als modestad opnieuw op de kaart moet zetten. Het Modemuseum geniet een stevige internationale reputatie die met de grondige renovatie alleen maar aan grandeur heeft gewonnen. Ook de Antwerpse Modeacademie geniet wereldwijde faam en behoort tot de absolute top.

Toch ontbrak het de stad aan een gedegen modebeleid, nam ze te weinig initiatieven om de sector in de kijker te stellen en was er geen centraal aanspreekpunt voor de sector binnen de stedelijke administratie. Het zijn enkele conclusies van de Britse mode-expert Jan Miller die op vraag van de stad Antwerpen het stedelijk beleid onder de loep nam.

Op basis van die bevindingen en na een bevraging van de sector heeft de stad Antwerpen nu een modeplan klaar met concrete actiepunten. “De analyse van Miller was een bevestiging van de situatie hoe wij ze zelf ook inschatte”, zegt Antwerps schepen van Economie, Claude Marinower (Open Vld). “Het toont de sterkte van Antwerpen, maar raakt ook vele zwakke punten aan. Antwerpen hinkt strategisch en op het vlak van coördinatie van de mode-industrie flink achterop. Er is te weinig interactie in het brede mode-netwerk. De vijver van nieuwe mode-ondernemers en nieuwe retailers die een eigen modelijn op de markt willen brengen is nog te klein. De identiteit en het DNA van Antwerpen als modestad worden de weinig uitgespeeld. Er zijn ook geen spraakmakende modemomenten meer die de internationale top naar Antwerpen halen en de Antwerpse modesector in zijn uitmuntendheid tonen. Met dit plan hopen we dat recht te zetten, in samenspraak met de sector.”

Het plan is erg actiegericht opgesteld, met concrete initiatieven die vertrekken vanuit het Modemuseum en de Modeacademie, dé twee paradepaardjes van Antwerpen. “Zo maken we van het Modemuseum niet alleen een plek waar de geschiedenis van de mode wordt gebracht, maar willen we er nieuw talent doen openbloeien”, zegt Marinower. “We voorzien ook een structurele ondersteuning van het prestigieuze modedefilé van de Modeacademie. En er komt een centraal aanspreekpunt voor de sector. Katrien Huygen, een experte wordt dé contactpersoon en neemt een actieve rol op in het ondersteunen en uitrollen van initiatieven vanuit de sector.”

De stad wil ook een boost geven aan (jong) talent dat een mode-onderneming wil opstarten. Zo wordt er extra ingezet op begeleiding en wordt voor die doelgroep een oproep gelanceerd om innovatieve groeiprojecten in te dienen. Daarvoor is een budget van 150.000 euro voorzien. Ook private initiatieven die ateliers of werkruimtes aanbieden aan studenten van de Modeacademie of startende mode-ondernemers worden ondersteund. “In Antwerpen zit geweldig veel creatief talent, maar vaak hebben ze nog weinig voeling met hoe zich dat vertaalt in een bedrijfsmodel”, zegt Marinower. “Wij gaan ze helpen om die stap naar het ondernemerschap te zetten.”

Ook voor wie de stad bezoekt en zich door de modebuurt begeeft, moet gewaarworden dat ze zich in het modehart van Antwerpen bevindt. Zo wordt ingezet op sfeerbeleving, zoals dat ook voor de Antwerp Pride gebeurt. “En we maken opnieuw een modekalender, zodat je als buitenstaander weet wat er allemaal staat te gebeuren”, zegt Marinower. “Met acties, evenementen, modeweekends en tal van andere initiatieven. We gaan meteen van start met de uitrol van het modeplan en hebben deze bestuursperiode ruim tien miljoen euro voorzien voor alles wat met mode te maken heeft. Dat is geen gigantisch bedrag, maar het geeft ons wel de mogelijkheid onze ambities waar te maken.”

Jan Stassijns