Nieuws 28 februari 2017

Statuut ‘vrijetijdswerk’ kan voor 21.000 Antwerpse leerlingen een oplossing betekenen

Minister Muyters lanceerde vandaag een voorstel statuut ‘vrijetijdswerk’. Dit statuut regelt een kader op vlak van fiscaliteit en sociale zekerheid en zorgt ervoor dat vrijetijdswerkers in sportclubs voortaan op een administratief laagdrempelige en fiscaal voordelige manier een kleine vergoeding kunnen ontvangen. De stad Antwerpen en schepen van onderwijs Claude Marinower (Open Vld) wensen van hetzelfde statuut gebruik te kunnen maken voor vrijetijdswerkers in het onderwijs.

Investering in voor- en naschoolse opvang Antwerpse basisscholen
Kwaliteitsvolle voor- en naschoolse opvang is een belangrijke investering voor de stad Antwerpen. Een klankbordgroep met vertegenwoordigers uit de onderwijsnetten en oudervertegenwoordigers heeft zich daarom het voorbije anderhalf jaar gebogen over de randvoorwaarden voor een kwalitatieve binnenschoolse opvang. Het eerste resultaat van dit overleg is een subsidiereglement voor binnenschoolse opvang in het basisonderwijs. Dit reglement bepaalt een aantal basisvoorwaarden waaraan de scholen die financieel ondersteund worden moeten voldoen, zoals een minimum opvangaanbod, het aantal kinderen per begeleider, veiligheid, etcetera. Een belangrijk pijnpunt dat de onderwijspartners hierbij van bij aanvang aankaarten is de onduidelijkheid van het statuut van hun opvangbegeleiders. Het statuut ‘vrijwilliger’ beantwoordt niet aan de noden.

Schepen Marinower: “Het voorstel van minister Muyters biedt een interessante opening om deze onduidelijkheid weg te werken. Een gelijkaardig statuut voor opvangbegeleiders in het onderwijs zou voor ons een hele verbetering kunnen betekenen. Ik ga op korte termijn een afspraak vragen met minister Muyters om te zien wat de mogelijkheden daartoe zijn en om enkele bedenkingen op tafel te gooien. Zo zou de combinatie met een hoofdberoep een groot aantal opvangbegeleiders (zoals thuiswerkende ouders) uitsluiten. Ook de combinatie met een regulier arbeidscontract binnen dezelfde organisatie zou niet mogen in het huidige voorstel. Dit betekent, anders gezegd, dat een leerkracht geen vrijetijdswerk mag doen op zijn eigen school. Dit zijn al zeker enkele punten waar we over moeten spreken.”

Nood aan een duidelijk statuut
Scholen organiseren de voor- en naschoolse opvang vanuit hun maatschappelijk engagement. Ze beantwoorden hiermee de opvangnood van ouders, maar doen dat zonder een duidelijk statuut voor deze opvangbegeleiders en zonder (Vlaamse) middelen om deze begeleiders in een regulier arbeidsstatuut te kunnen aanwerven. De meeste scholen maken nu gebruik van de vrijwilligersvergoeding voor hun opvangbegeleiders, maar de regelgeving van dit statuut vormt een struikelblok voor de continuïteit van de opvangbegeleiding. Gezien de zwakke vergoeding en de beperkte inzetbaarheid onder de huidige ‘vrijwilligersvergoeding’ lopen scholen voortdurend met problemen van bestaffing van de opvang. Hierdoor moeten ze voortdurend op zoek naar nieuwe begeleiders.

Schepen Marinower: “Antwerpen heeft meer dan 100.000 kinderen op leerplichtleeftijd. Daarvan zitten er ongeveer 60.000 in het basisonderwijs en maken er ongeveer 21.000 gebruik van de voor- en naschoolse opvang. Dit betekent dat dit geen klein probleempje is. Wij kampen al jaren met een uitdaging om deze vrijwilligers warm te (blijven) houden of er nieuwe te zoeken. Het nieuwe statuut vrijetijdswerk biedt eindelijk kansen voor scholen én opvangbegeleiders om te opereren binnen een duidelijk kader. Wat uiteindelijk ook de aantrekkelijkheid van de functie van opvangbeleider zal verhogen.”